Osu KBK vrienden,

In het kader van transparatie en professionaliteit publiceert het bestuur hier het huishoudelijk reglement.

Osu!

 

HUISHOUDELIJK REGLEMENT STICHTING KYOKUSHIN BUDOKAI KRIJGSMACHT

 

Artikel 1, algemene bepalingen

1.                  De Stichting genaamd Kyokushin Budokai Krijgsmacht, hierna te noemen "de KBK" is bij notariële akte opgericht op 27 maart 2009 en is gevestigd te Den Haag.

2.                  Het huishoudelijk reglement is van toepassing in onverbre­kelijke samen­hang met de statuten van de KBK.

 

Artikel 2, participanten

1.                  De KBK bestaat uit:

§          bestuur;

§          deelnemers/cursisten = participanten;

§          bevriende Kyokushin karatedojo’s;

§          bevriende dojo’s overige stijlen;

§          donateurs;

§          vrijwilligers;

§          participanten van verdiensten;

§          ereparticipanten;

§          relaties.

 

Artikel 3, participanten van verdienste en ereparticipanten

1.                  Participanten van verdienste zijn zij, die wegens bijzondere ver­diensten jegens de KBK door het bestuur als zodanig zijn be­noemd.

2.                  Ereparticipanten zijn natuurlijke personen, die zich jegens de KBK bijzonder verdien­stelijk hebben gemaakt en op voordracht van het bestuur als zodanig door de algemene verga­dering met tenminste 2/3 der geldig uitgebrachte stemmen zijn benoemd. Op participanten van verdienste en ereparticipanten rusten geen geldelijke verplichtin­gen, zij hebben echter wel alle rechten van de participanten.

*Met ereparticipant wordt gelijkgesteld degene aan wie de titel "ere­voorzitter" is verleend.

3.                  Degene die zich op het bestuurlijk vlak in buitengewone mate heeft ingezet voor de KBK kan na het aftreden als voorzitter op voorstel van het bestuur tot erevoor­zit­ter worden benoemd door de algemene vergadering met ten­minste 2/3 der geldig uitgebrachte stemmen.

 

Artikel 4, donateurs

1.                  De KBK kent naast participanten ook donateurs.

2.                  Donateurs zijn die natuurlijke of rechtspersonen die door het bestuur zijn toegela­ten en die zich jegens de KBK verplichten om jaarlijks een door het bestuur vastgestelde bijdrage te storten.

3.                  Donateurs hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die welke hen in of krachtens de statuten en/of reglementen zijn toegekend of opgelegd.

4.                  De rechten of verplichtingen van donateurs kunnen te allen tijde wederzijds door opzegging worden beëindigd, behoudens dat de jaarlijkse bijdrage voor het lopende boekjaar voor het geheel verschuldigd blijft.

5.                  Opzegging namens de KBK geschiedt door het bestuur.

 

Artikel 5, aan-/afmelding van participanten

1.                  De aanmelding geschiedt door invulling, dagtekening en onder­tekening van een door de secretaris te verstrekken aan­mel­dingsformulier, waarop de volgende gegevens zijn in te vullen: naam, voornaam (voluit), adres, geboor­tedatum, tele­foonnummer, alsmede de dojo waar de kandidaat-participant de laat­ste 5 jaren heeft getraind. Het bestuur kan vorderen, dat de in het formulier ver­strekte gegevens door deugde­lij­ke bewijzen worden ge­staafd.

2.                  Er geen kosten verbonden aan participatie.

3.                  Het bestuur draagt er zorg voor dat degenen die als lid tot de KBK wensen te worden toegelaten, worden aangemeld bij de eigen dojo.

4.                  Opzegging van het lidmaatschap dient via de mail of via de post te gebeuren.

5.                  Indien een aangemelde participant de dienst verlaat en hij/zij voldoet niet meer aan de criteria van lidmaatschap: (post)actief-diendend militair of veteraan, dan is hij/zij niet meer gerechtigd tot het dragen van het embleem en wordt het lidmaatschap beëindigd.

6.                  Acceptatie van de opgegeven graad:

a.            De KBK accepteert elke graad van iedere bond. Mits onderbouwd met een graduatiekaart/karatepaspoort of diploma.

b.            Bij wisseling van dojo door de KBK-participant is het aan de Shihan/Sensei van de nieuwe dojo om de reeds elders behaalde graad te accepteren of niet. Gebruikelijk is dat een persoon overgaat tot het dragen van de witte band totdat de Shihan/Sensei anders bepaald.

c.             In geval van punt b. is het de verantwoording van de KBK-participant om zijn nieuwe graad door te geven aan de KBK.

 

Artikel 6, aanneming van dojo’s

1.                  De participatie wordt verkregen door: een besluit tot toela­ting door de secreta­ris namens het bestuur genomen. De secre­taris kan niet eigen­mach­tig iemand de aanmelding/toelating weigeren, alsdan beslist het bestuur over het al dan niet toelaten.

2.                  Van de toelating wordt mededeling gedaan op de website. Indien er wordt besloten tot een afwij­zing door het bestuur, dan wordt hiervan schrifte­lijk mede­deling gedaan aan de aan­vrager, onder vermelding van de beroeps­procedu­re.

3.                  De toelatingscriteria voor dojo’s zijn als volgt:

a.            De dojo gaat akkoord met de volgende punten:

i.         Onderschrijving en ondersteuning van de doelstellingen van de KBK.

ii.       Opnemen van KBK-leerlingen in de dojo.

iii.      Vermelding van de dojo op de website.

iv.     Toestaan van het dragen van het KBK-embleem op de rechtermouw van de GI en trainingspak.

§          Uitzondering hierop zijn de dojo’s die reeds een tweede embleem voeren (IFK). De shihan/sensei bepaald welke emblemen er gevoerd worden.

v.       Het stimuleren van deelname van KBK-leerlingen aan KBK-activiteiten.

vi.     Het doorgeven de vorderingen van onze KBK-leerlingen door aan het KBK-bestuur voor de administratie.

b.            De dojo verklaard dat:

i.         Er wordt getraind volgens de principes/filosofie/regels van Kyokushin.

ii.       Er wordt FULL-CONTACT getraind.

iii.      Er wordt getraind in traditionele witte GI met op de linkerkant borst het (shin)Kyokushin-embleem.

iv.     De Shihans/Sensei’s in het bezit zijn van een erkend Kyokushin-lerarendiploma,
(bijvoorbeeld van de NKA, NKKO of  het Martial Arts Diploma A).

4.                  Voor dojo’s overige stijlen geldt alleen een vermelding op de website opname in de mailing-lijst. Het dragen van het KBK-embleem is alleen voor KBK-Kyokushin Karateka’s.

 

Artikel 7, Rechten en plichten van participant en bevriende dojo’s

Buiten de verplichtingen, geregeld in artikel 2 van de statuten, hebben alle leden de hierna te noemen rechten en plichten.

1.                  Bij toetreding als participant of bevriende dojo hebben zij het recht een exemplaar van de statuten en het huishoudelijk reglement te ontvan­gen.

2.                  Zij hebben het recht om deel te nemen aan trainingen en wedstrijden. Participanten als deelnemer en overig als coach.

3.                  Zij hebben het recht van vrije toegang tot wedstrijden en bijeenkomsten, voor zover door het bestuur niet anders is bepaald.

4.                  Zij hebben het recht om voorstellen, klachten en wensen bij het bestuur in te dienen. Het bestuur is gehouden deze zo spoedig mogelijk te behan­delen of te onder­zoe­ken c.q. te doen behandelen of te doen onderzoe­ken en over het resultaat van de behandeling en/of het onder­zoek bericht te geven aan de participant/dojo dat het voor­stel, de klacht of de wens heeft ingediend.

5.                  Zij hebben de plicht het be­stuur in kennis te stellen van de verandering van hun adres.

6.                  Zij hebben de plicht tot naleving van de reglementen van de KBK, alsmede van de door het bestuur of door het bestuur aangewezen com­mis­sies gegeven richtlijnen.

 

Artikel 8, straffen

1.                  Algemeen zal strafbaar zijn zodanig handelen of nalaten, dat in strijd is met de wet, dan wel de statuten, reglementen en/of besluiten van organen van de KBK, of waardoor de belangen van de KBK worden geschaad.

2.                  Het bestuur is bevoegd om, met inachtneming van het begin­sel van hoor en weder­hoor, naast een straf welke aan een deelnemer, scheidsrechter, begelei­der, verzor­ger of een andere participant wordt gegeven een bijkomende straf vanuit de KBK op te leggen.

3.                  Bij een beslissing als bedoeld in lid 2 van dit artikel heeft de desbetreffen­de participant een beroepsmoge­lijkheid bij de bestuur van de KBK. Dit beroep dient, 6 maanden na het opleggen van de straf door het bestuur, aanhan­gig te worden gemaakt bij het bestuur middels aangete­kend schrij­ven te richten aan de secretaris van de KBK.

 

Artikel 9, embleem en tenue

De tenues van de KBK bestaan uit:

1.                  Kyokushin karate-gi, met links het reguliere “eigen” schoolembleem en rechts het KBK embleem, 6 cm vanaf de naad in het midden geplaatst.

2.                  Trainingspak van eigen karateschool met op de rechterbovenmouw het KBK embleem, rand 3cm vanaf de  naad geplaatst.

§          Uitzondering hierop zijn de dojo’s die reeds een tweede embleem voeren (IFK). De Shihan/Sensei bepaald welke emblemen er gevoerd worden.

3.                  Trainingspak van Defensie met op de rechterbovenmouw het KBK embleem, indien goedgekeurd vanuit             defensie, tijdens reguliere sport op de kazerne.

4.                  Indien goedgekeurd door defensie op het DT/GVT/AT/VT, op de linkerondermouw het Kyokushinvaardigheidsembleem met graadaanduiding.

5.                  Het KBK-embleem mag alleen gedragen worden door leden van de bij de KBK aangesloten dojo’s of door             schriftelijke toestemming van de Shihan/Sensei van niet-aangesloten dojo’s voor individuele participanten. Het moet hier gaan om Kyokushin karatedojo’s zoals in de toelatingscriteria zijn omschreven.

6.                  Indien een aangemelde participant de dienst verlaat en hij/zij voldoet niet meer aan de criteria van lidmaatschap: (post)actief-diendend militair of veteraan, dan is hij/zij niet meer gerechtigd tot het dragen van het embleem.

 

 

Artikel 10, bestuur

1.                  Het bestuur bestaat uit tenminste een voorzitter, een secretaris, een pen­ning­meester die allen meerderjarig moeten zijn.

2.                  Onder het bestuur valt, onverminderd het bepaalde dienaangaande in de statuten, elders in het huishoudelijk regle­ment of in andere reglementen:

a.            De algemene leiding van zaken.

b.            De uitvoering van de genomen beslui­ten.

c.             Het toezicht op de naleving van de statuten en regle­men­ten.

d.            Benoeming, ontslag en schorsing van personen werkzaam ten behoe­ve van de KBK.

3.                  Het bestuur vergadert tenminste éénmaal per zes maanden volgens een vooraf vastge­steld rooster, met uitzondering van de maan­den juli en augustus. Daarenbo­ven verga­dert het be­stuur zo dikwijls als de voorzitter of tenmin­ste 3 (tenzij anders in de statuten is bepaald) leden van het be­stuur zulks wensen.

4.                  Een oproep voor een vergadering dient minimaal 48 uur voor aanvang van de vergadering in het bezit van de be­stuursle­den te zijn, terwijl een verga­dering op verzoek van be­stuursleden binnen maximaal één week dient te worden belegd.

5.                  Een bestuursvergadering is tot besluiten bevoegd als de meerderheid van de be­stuursleden aanwezig is. Over perso­nen wordt schriftelijk gestemd, terwijl over zaken monde­ling gestemd kan worden. Besluiten worden bij meerder­heid van geldige stemmen genomen.

§          (N.B. Indien de statuten bepalen dat de stem van de voorzitter doorslaggevend is bij het staken van de stemmen, dan vervalt de volgende tekst van dit lid 5.)

§          Indien bij een stemming over zaken de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Heeft bij een stemming over personen bij de eerste stemming niemand de meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen verkre­gen, dan vindt een herstemming plaats over de personen, die de meeste of zo nodig op één na de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Bij herstemming beslist het grootste stemmenaantal. Indien bij de herstemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.

 

Artikel 11, het dagelijks bestuur

1.                  De voorzitter, de secretaris en de penningmeester vormen het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur neemt alle beslissingen welke niet tot een gewone bestuurs­vergade­ring kunnen worden uitgesteld. Het dagelijks bestuur deelt zijn besluiten, ter bekrachtiging op de eerstvolgende be­stuurs­vergade­ring mede.

2.                  Taken van de voorzitter:

a.            Geeft leiding aan en houdt toezicht op de gehele KBK.

b.            Is bij alle officiële vertegenwoordigingen de woord­voer­der, tenzij hij deze taak aan een ander bestuurs­lid heeft overge­dragen.

3.                  Taken van de secretaris:

a.            Voert de correspondentie uit naam van en in overleg met het bestuur, onderte­kent alle van hem uitgaande stukken, is ver­plicht afschriften ervan te houden en deze evenals de inge­komen stukken te bewaren.

b.            Heeft het beheer over het archief en is aan­sprakelijk voor goederen die hem door de KBK zijn toever­trouwd.

c.             Zorgt voor het bijeenroepen van vergaderingen.

d.            Zorgt voor bekendmakingen van veranderingen of aanvul­lin­gen in de statuten en reglementen.

e.            Houdt een voor leden toegankelijke lijst bij, waarin de na­men en adres­sen van alle participanten van verdienste en ereparticipanten zijn opgeno­men.

 

 

4.                  Taken van de penningmeester:

a.            Beheert de gelden van de KBK.

b.            Zorgt voor het innen van de aan de KBK toeko­mende gel­den en draagt zorg voor alle door het bestuur goedge­keurde uitgaven.

c.             Houdt boek van alle ontvangsten en uitgaven.

d.            Voert de briefwisseling, voor zover deze be­trekking heeft op de uitvoe­ring van de in de voorgaande leden van dit artikel vermelde ta­ken, ondertekent alle van hem uitgaande stuk­ken, is verplicht afschrif­ten te houden en deze, evenals de op de uitvoering van eerder ge­noemde taken betrekking hebben­de ingekomen stukken te bewaren.

e.            Brengt in de vergadering verslag uit van de finan­ciële toestand en legt daarbij over de balans en de staat van baten en lasten met toelichting over het afgelo­pen KBK-jaar en een begroting voor het komende KBK-jaar.

f.              Is belast met de fondsverwerving.

5.                  Taken van de webmaster:

a.            Is belast met het beheer van de website, de intranetsite en de overige contactpagina’s.

b.            Geeft gevraagd- en ongevraagde adviezen over de content van deze sites.

c.             Voert veranderingen pas door na toestemming van de voorzitter.

6.                  Taken van de algemene bestuursleden:

a.      Alle overeengekomen taken anders dan de rest van het bestuur.

b.      Algemene taken en werkzaamheden.

c.       Het beheer van de intranetsite kan gedaan worden door een algemeen bestuurslid indien de webmaster niet actiefdienend is.

7.                  Taken van de vice-voorzitter:

a.            Neemt de voorzitter waar bij diens afwezigheid.

 

Artikel 12, bestuursverkiezing

1.                  Ieder bestuurslid treedt uiterlijk 3 jaar na zijn verkie­zing af. De eerste maal zal dat geschieden volgens het onderstaand rooster.

            1e jaar:           voorzitter en het bestuurslid Kap J.W. Wouters

            2e jaar:           secretaris en het bestuurslid Kpl1 N.F. Barelds

            3e jaar:           penningmeester en het bestuurslid Dhr. D. de Graaf

2.                  De namen van de aftredende bestuursleden, alsmede van de door het bestuur gestelde kandidaten dienen gepubliceerd te worden in de agenda van de (half)jaar­lijkse vergadering waarin de bestuursverkiezing aan de orde is.

§          In deze agenda dient tevens de mogelijkheid tot kandidaat­stel­ling door stemge­rechtigde leden van de KBK geopend te worden, met vermel­ding van de daaraan verbonden procedu­re.

3.                  Een kandidaatstelling door stemgerechtigde leden dient schriftelijk bij de secretaris aangemeld te worden, te onder­tekenen door tenminste drie bestuursleden en dient vergezeld te gaan van een ondertekende bereidheidverklaring van de desbetreffende kandidaat eventu­eel onder vermelding van de functie die hij in het bestuur ambieert.

 

Artikel 13, kascommissie

1.                  Conform artikel 9 van de statuten worden door het bestuur de leden van de kascommissie be­noemd.

2.                  De kascommissie bestaat uit drie participanten.

3.                  De kascommissie houdt toezicht op het beheer van de penningmeester. Zij is gehouden tenminste éénmaal per jaar de kas de saldi, de boeken en beschei­den van de penning­meester na te zien. Van de uitkomst van dit onderzoek wordt verslag uitgebracht aan het bestuur.

4.                  Indien de kascommissie termen aanwezig acht om de penningmeester te dechar­geren zal zij een betreffend voorstel doen aan het bestuur. De kascommissie is bevoegd aan het bestuur voorstellen betreffende het financiële beheer te doen.

 

 

 

Artikel 14, overige commissies

1.                  Het bestuur kan commissies instellen. Het bestuur bepaald de benoeming en ont­slag van de leden ervan en de werkwij­ze van de commis­sies.

2.                  Er zijn in principe drie vaste commissies, te weten:

b.            Kampioenschapcommissie.

b.            Activiteitencommissie.

b.            Perscommissie.

3.                  De benoeming tot lid van een commissie geschiedt, behou­dens tussentijds bedanken, voor één jaar of tot de op­dracht is vol­bracht of ingetrokken.

4.                  Bij het besluit tot instelling van een commissie worden de samenstelling, taak, bevoegdheid en werkwijze van de commissie in een instructie vastge­legd. Deze instructie wordt beschouwd als een onlosma­kelijk deel van het huishou­delijk reglement.

5.                  Elke commissie rappor­teert tenminste één keer per kalen­der­jaar over de voortgang van zijn werkzaamheden aan het or­gaan, dat de commissie benoemde, tenzij in de instructie anders is bepaald.

6.                  Een commissie vergadert zo dikwijls de voorzitter of ten­minste twee leden van de commissie dit wenselijk achten.

7.                  Een commissie is verantwoording schuldig aan het orgaan dat de desbe­tref­fende commissie heeft ingesteld.

 

Artikel 15, kostenvergoedin­gen

Het bestuur is bevoegd om aan de leden die in wedstrijden uitkomen of aan trainingen deelnemen de noodzakelijk gemaakte kosten van vervoer en verblijf te vergoeden.

 

Artikel 16, wedstrijden

1.                  Het bestuur maakt onderscheid in een tweetal wedstrijden:

a.            Kumite-wedstrijden

b.            Kata-wedstrijden

2.                  De participanten zullen op een door het bestuur te bepalen wijze van hun indeling in een categorie in kennis worden gesteld. Bij verhinde­ring is iedere particiant verplicht tenminste 24 uur van tevoren dit onder opgaaf van reden te melden aan het bestuur.

3.                  Bij wedstrijden zal zo mogelijk iedere participant vergezeld zijn van een coach, aan te wijzen door de participant zelf. De coach is de eerst verantwoordelij­ke voor het gebeuren rond de wedstrijd. Hij rapporteert onregelmatigheden aan het bestuur.

4.                  Participanten die aan wedstrijden deelnemen dienen in de voorge­schreven kleding te verschijnen.

5.                  Participanten zijn in beginsel gehouden tijdens wedstrij­den te handelen volgens de aanwijzing van de coach en de jury.

6.                  Het bestuur is bevoegd namens de KBK wedstrijden uit te schrijven en de KBK te doen inschrijven als participant aan door andere personen georganiseerde wedstrij­den.

7.                  Van het behalen van prijzen, kampioenstitels of premies door een participant, die de KBK op enige wed­strijd vertegenwoordigen, geschiedt aanteke­ning in een daar­toe bestemd geschrift. Bedoelde prijzen komen ten goede aan de participant.

 

Artikel 17, wedstrijdreglement KBK

1.                  Technieken:

a.            Toegestane contacttechnieken:

i.         Gerie’s naar het hoofd, lichaam en benen.

ii.       Tsukie’s en uchi’s naar het lichaam.

iii.      Hiza gerie’s.

 

b.            Verboden contacttechnieken

i.         Arm en/of handtechnieken naar het hoofd, gezicht, hals en keel.

ii.       Trappen en/of stoten naar de gewrichten.

iii.      Technieken naar het kruis.

iv.     Contact op de rug.

v.       Kop stoten.

vi.     Bij vallen of vegen geen contact en/of technieken meer uitvoeren.

vii.    Vastpakken van hoofd en nek, ook niet een split second.

viii.  Extra toelichting:

§          Trappen naar de benen zijn dus toegestaan zowel tegen de binnen- als buitenzijde. Let er wel op dat het niet tegen de knieschijf is. Vooral wanneer het erom spant vergeten vechters dit wel eens, de fukushins zijn daarom zeer belangrijk voor de sushin.

c.             Verboden gedragshandelingen:

i.         Tijdrekken en passief gedrag.

ii.       Opzettelijk maken van jogai.

iii.      Simuleren van een blessure.

iv.     Duwen/worstelen.

v.       Mubobi.

vi.     Gevaarlijke worpen.

vii.    Elk onbehoorlijk gedrag van de deelnemer, coach en officieel lid van een dojo.

viii.  Te laat komen, Sushin roept maximaal drie keer.

ix.     Extra toelichting:

§          Mubobi is het zichzelf in gevaar brengen van de vechter, bijv. gevaarlijk inlopen, zonder dekking, met het gezicht naar voren of met de rug half naar de tegenstander gekeerd.

§          Onbehoorlijk gedrag is ook het uitlokken van een verboden techniek zodat de tegenstander bestraft wordt.

§          Indien er contact gemaakt wordt door een vechter doordat de ander een mubobi maakt dienen beide vechters gestraft te worden. De mubobi moet echter zwaarder gestraft worden.         

d.            Straffen:

i.         Jogai:

a        De vechter die het gevecht ontwijkt en buiten de mat loopt krijgt een jogai chui.

b        Bij een tweede jogai volgt een jogai chenten, bij een vierde maal jogai volgt een jogai chenten ni en daarna volgt hansoku.

c         De vechter die tijdens een vechtsituatie buiten de mat loopt mag doorvechten zonder jogai. Wanneer de vechters te ver buiten de mat gaan wordt yame gegeven. Vechters moeten snel terug naar hun plaatsen.

d        Indien de vechter buiten de mat wordt geduwd volgt geen jogai.

 

ii.       Verboden contacttechnieken en onsportief/ongewenst gedrag (spuwen, schelden, etc.).

a        Indien er een handeling plaatsvind die niet getolereerd kan worden volgt een chui.

b        Deze worden bij elkaar opgeteld en er kan maximaal vier keer een chui vallen. Bij de tweede chui volgt een chenten ichi, bij de vierde chui volgt een chenten ni.

c         Extra toelichting en voorbeelden:

§          De vechter geeft een trap naar de knie = chui. Na yame gaat hij door en geeft weer een trap naar de knie = tweede maal chui dus; chenten ichi.

§          Het is verboden om naar het gezicht te slaan! Ook niet als dit als afleiding bedoeld is.

§          Indien er per ongeluk toch het gezicht geraakt wordt maar heeft bijna geen schade veroorzaakt (b.v. een stoot op de borstkas schiet door naar de kin en hij heeft een scheurtje in de lip) krijgt men een chui.

§          Indien de stoot wel schade heeft veroorzaakt (b.v. een hevig bloedende lip en een paar tanden staan los) krijgt men een chenten ichi.

§          Indien een vechter een directe stoot plaatst (ook al is er geen schade) volgt direct hansoku.

§          Bij onsportief/ongewenst gedrag volgt een chui. Indien het vergrijp ernstiger is kan er direct een chenten ichi of een chenten ni gegeven worden. Dit kan ook plaatsvinden in de finale: indien het vergrijp ernstig genoeg is!

iii.      Shikkaku:

a        Uitsluiting van een toernooi, wedstrijd of activiteit van vind plaats indien de participant of de coach zich dusdanig gedraagt dat de eer van Kyokushin karate of het gezag van de scheidsrechters of het bestuur wordt geschaad.

b        Tevens kan er tot shikkaku worden besloten indien er door het publiek onbehoorlijk gedrag wordt vertoond.

c         Extra toelichting:

§          Sushin B verzameld de fukushins en besluiten tot shikkaku.

§          Sushin B gaat naar sushin A en deelt besluit mede.

§          Sushin A en B gaan naar de hoofd jurytafel.

§          Indien de shikkaku daadwerkelijk wordt gegeven deelt sushin B dat mede in naam van de hoofdjury.

§          Sushin B stapt de shiaio op, wijst één voor één de fukushins aan en deze maken het hansoku gebaar.

§          Omroeper meldt het publiek: de naam van de vechter en de reden van de shikkaku met de opgelegde straf.

2.                  Scoren:

a.            Wazarie:

i.         Indien iemand langer dan 3 seconden nodig heeft om terug in de gevechtspositie te staan.

ii.       De hoofdscheidsrechter kan een wazarie geven indien een vechter een aantal keren goed geraakt is.

iii.      Extra toelichting:

§          Afwezig  zijn, niet reageren op aanspreken, uit balans te zijn, geen zin meer tonen in het gevecht, niet meer kunnen verdedigen, etc. is al genoeg om een wazarie toe te kennen aan de tegenstander.

 

§          De scheidsrechters zullen afgaan op wat ze waarnemen en op basis van ervaring.

b.            Ippon / kachi: 

i.         Indien iemand langer dan 5 seconden nodig heeft om terug in gevechtspositie te staan.

ii.       Indien het de tweede wazarie is: awazette ippon.

iii.      Indien de scheidsrechter of coach het niet meer verstandig acht dat de vechter doorgaat.

iv.     Extra toelichting:

§          Afwezig  zijn, niet reageren op aanspreken, uit balans te zijn, geen zin meer tonen in het gevecht, niet meer kunnen verdedigen, etc. is al genoeg om een ippon/kachi, indien langer dan 5 seconden, toe te kennen aan de tegenstander.

§          Er wordt niet met punten gewerkt, maar de scheidsrechter neemt deze niet gegeven punten wel mee in de beslissing bij hantei.

3.                  Beslissingscriteria:

a.            Bij het scoren van twee wazaries of een ippon is dat de winnaar.

b.            Indien beide vechters nog staan wordt er gekeken naar de volgende punten:

i.         Eventueel toegekende wazarie.

ii.       Het overwicht aan techniek en tactiek.

iii.      De houding, gevechtsgeest en de kracht die door de vechter is getoond.

iv.     Eventueel toegekende straffen.

c.             Wijze van beslissen:

i.         Sushn vraagt hantei. Fukushin geven hun mening aan de sushin: aka, shiro of hikawake.

ii.       Indien het hikawake is, volgt er een saisihai.

iii.      Daarna herhaalt de bovenstaande procedure zich. Indien het weer hikawake is volgt de laatste verlenging: enshosen.

iv.     Indien beide vechters nog steeds staan vraagt de sishin om hantei. De fukushin moeten nu aka of shiro tot winnaar aanwijzen.

v.       Ook kan, indien vooraf bepaald, diegene die het meest aantal plankjes breekt aangewezen, met een dezelfde techniek uitgevoerd, bepaald door de jury, worden als winnaar. Dit in plaats van punt (iv).

vi.     Daarna afgroeten.

d.            Extra toelichting:

i.         De vechter die een chenten ichi heeft gekregen kan nooit tot winnaar uitgeroepen worden wanneer het verschil minimaal in zijn voordeel is.

ii.       De vechter die een chenten ichi heeft gekregen, maar die duidelijk de betere vechter is kan tot winnaar worden uitgeroepen. Voorbeeld: 3 maal de tegenstander neer gekregen voor 2 a 3 seconden (net geen wazarie), dit komt echter bijna nooit voor.

iii.      De vechter die alleen maar naar voren loopt en qua fysiek sterker is maar qua techniek geen betere vechter is krijgt niet het voordeel in de normale wedstrijd, echter: wel in de ensho sen.

4.                  Wedstrijdduur: 

a.            Aantal rondes en tijden:

i.         2 min. 2 min. 1 min (enchosen).

ii.       Finale partij 3 min. 2 min. 1 min. (enchosen).

 

Artikel 18, Regels voor Kyokushin Kata wedstrijden

1.                  Onderscheid Kata wedstrijden:

a.            Maximaal 8 deelnemers met 4 scheidsrechters.

b.            Minimaal 9 deelnemers met 5 scheidsrechters.

2.                  Maximaal 8 deelnemers met 4 scheidsrechters:

a.            De wedstrijd organiseren.

i.         Kata wedstrijden kunnen zowel voor mannen, vrouwen als gemengd georganiseerd worden.

ii.       Alleen (Shin)Kyokushin kata’s. Gekeken wordt naar vorm, techniek, explosieve kracht, balans en kiai.

iii.      Een katawedstrijd bestaat uit twee ronden. De beste 4 deelnemers gaan door naar de finale.

iv.     Het is niet toegestaan om 2x een zelfde kata te lopen en het is niet toegestaan om een zgn. “ibuki” kata te lopen.

v.       Er wordt een loting gehouden om de volgorde van de deelnemers te bepalen.

vi.     Het uiteindelijke resultaat wordt behaald door het totaal aantal punten in de tweede ronde.

b.            Het scheidsrechtersteam bestaat uit:

i.         Toernooischeidsrechter.

ii.       Hoofdscheidsrechter.

iii.      3 hoekscheidsrechters.

c.             De verantwoordelijkheid van de toernooischeidsrechter:

i.         Zorgt ervoor dat de regels van het toernooi gehandhaafd worden.

ii.       Houdt in de gaten dat de hoofdscheidsrechter en de hoekscheidsrechters van verschillende scholen/ nationaliteiten zijn.

iii.      Voordat de wedstrijden beginnen doet hij de loting voor de volgorde van plaatsing.

iv.     Zorgt ervoor dat, als het nodig blijkt, de hoofdscheidsrechter of hoekscheidsrechter vervangen wordt door een andere scheidsrechter.

v.       Zorgt ervoor dat het wedstrijdgebied en de benodigdheden die nodig zijn voor de wedstrijd in orde is.

vi.     Zijn plaats is vóór de wedstrijdmat vanwaar hij een goede uitzicht heeft op de wedstrijden.

vii.    Heeft geen directe rol in het scoren, geeft geen punten.

d.            De verantwoordelijkheid van de hoofdscheidsrechter:

i.         Zorgt voor een goede verloop van de wedstrijd en geeft de commando’s voor de beslissing.

ii.       Is aanwezig bij de loting voordat er met een ronde gestart wordt.

iii.      Hij consulteert de toernooischeidsrechter als er problemen zijn.

iv.     Zijn plaats is vóór in het midden van de tatami.

e.            Verantwoordelijkheden van de hoekscheidsrechters:

i.         Volgt geconcentreerd en met veel vaardigheid de wedstrijd.

ii.       Weet hoe de kata gelopen moet worden.

iii.      Op commando van de hoofdscheidsrechter heft hij meteen zijn score tabel omhoog.

iv.     Zijn plaats is aan één van de randen in het midden van de tatami.

 

 

f.              Plaats van de hoofd en hoekscheidsrechters.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

g.            Personen die verantwoordelijk zijn voor een goede gang van zaken tijdens de wedstrijden.

i.         De omroeper.

ii.       De griffier.

h.            Noodzakelijke benodigdheden voor katawedstrijden.

i.         Oppervlakte moet vlak(tatami of parket) en groot genoeg zijn zodat iedere deelnemer zijn/haar kata goed kan lopen.

ii.       De start positie moet gemerkt zijn met een 50 cm. lange en 5 cm. dikke lijn.

iii.      Een tafel en 2 stoelen voor de omroeper en griffier.

iv.     Stoelen voor de toernooischeidsrechter, de hoofdscheidsrechter en de hoekscheidsrechters.

v.       Fluitje voor de hoofdscheidsrechter.

vi.     4 sets score borden.

3.                  Minimaal 9 deelnemers met vijf scheidsrechters:

a.            Een wedstrijd organiseren.

i.         Kata wedstrijden kunnen zowel voor mannen, vrouwen als gemengd georganiseerd worden.

ii.       Alleen (Shin)Kyokushin kata’s. Gekeken wordt naar vorm, techniek, explosieve kracht, balans en kiai.

iii.      Een katawedstrijd bestaat uit drie ronden. De eerste acht deelnemers gaan door naar de tweede ronde, daarna gaan de eerste vier door naar de derde ronde.

iv.     Het is niet toegestaan om 2x een zelfde kata te lopen en het is niet toegestaan om een zgn. “ibuki” kata te lopen

v.       Er wordt een loting gehouden om de volgorde van de deelnemers te bepalen.

vi.     Het uiteindelijke resultaat wordt behaald door het totaal aantal punten in de derde ronde.

b.            Het scheidsrechtersteam bestaat uit:

i.         Toernooischeidsrechter.

ii.       Hoofdscheidsrechter.

iii.      4 hoekscheidsrechters.

c.             De verantwoordelijkheid van de toernooischeidsrechter:

i.         Zorgt ervoor dat de regels van het toernooi gehandhaafd worden.

ii.       Houdt in de gaten dat de hoofdscheidsrechter en de hoekscheidsrechters van verschillende scholen/ nationaliteiten zijn.

iii.      Voordat de wedstrijden beginnen doet hij de loting voor de volgorde van plaatsing.

 

iv.     Zorgt ervoor dat, als het nodig blijkt, de hoofdscheidsrechter of hoekscheidsrechter vervangen wordt door een andere scheidsrechter.

v.       Zorgt ervoor dat het wedstrijdgebied en de benodigdheden die nodig zijn voor de wedstrijd in orde is.

vi.     Zijn plaats is vóór de wedstrijdmat vanwaar hij een goede uitzicht heeft op de wedstrijden.

vii.    Heeft geen directe rol in het scoren, geeft geen punten.

d.            De verantwoordelijkheid van de hoofdscheidsrechter:

i.         Zorgt voor een goede verloop van de wedstrijd en geeft de commando’s voor de beslissing.

ii.       Is aanwezig bij de loting voordat er met een ronde gestart wordt.

iii.      Hij consulteert de toernooischeidsrechter als er problemen zijn.

iv.     Zijn plaats is vóór in het midden van de tatami.

e.            Verantwoordelijkheden van de hoekscheidsrechters:

i.         Volgt geconcentreerd en met veel vaardigheid de wedstrijd.

ii.       Weet hoe de kata gelopen moet worden.

iii.      Op commando van de hoofdscheidsrechter heft hij meteen zijn score tabel omhoog.

iv.     Zijn plaats is aan één van de hoeken van de tatami.

f.              Plaats van de hoofd en hoekscheidsrechters.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

g.            Personen die verantwoordelijk zijn voor een goede gang van zaken tijdens de wedstrijden.

i.         De omroeper.

ii.       De griffier.

h.            Noodzakelijke benodigdheden voor kata wedstrijden.

i.         Oppervlakte moet vlak(tatami of parket) en groot genoeg zijn zodat iedere deelnemer zijn/haar kata goed kan lopen.

ii.       De start positie moet gemerkt zijn met een 50 cm. lange en 5 cm. dikke lijn.

iii.      Een tafel en 2 stoelen voor de omroeper en griffier.

iv.     Stoelen voor de toernooischeidsrechter, de hoofdscheidsrechter en de hoekscheidsrechters.

v.       Fluitje voor de hoofdscheidsrechter.

vi.     5 sets score borden.

 

 

4.                  De wedstrijden gaan als volgt:

“Een start”

a.            Een demonstratie van een verplichte kata.

i.         Op het verzoek van de omroeper stapt de deelnemer naar de lijn van de mat buigt en blijft staan in fudo dachi.

ii.       Op de commando van de hoofdscheidsrechter ( Nakai! )stapt de deelnemer naar de lijn op de mat, buigt naar de scheidsrechter (Osu!) en blijft in fudo dachi staan.

iii.      Hoofdscheidsrechter vraagt de naam van de kata, deelnemer antwoord met de naam van de te lopen kata, hoofdscheidsrechter herhaalt de naam van de kata

iv.     Hoofdscheidsrechter start de kata en de deelnemer komt aan het einde van de kata terug in fudo-dachi.

v.       Punten waardering 1e en 2e ronde> minimaal 5,0 en maximaal 7,9. Finale minimaal 6,0 en maximaal 8,9. Aan het eind van elke kata worden de laagste en hoogste score weg gestreept.

vi.     Gaat een kata fout, dan heeft men 1 herkansing. Bij deze herkansing wordt er door elke scheidsrechter 1 punt in mindering gebracht.

vii.    Wordt er een kata gelopen die men niet genoemd heeft, dan wordt er aan het einde geen waardering gegeven(geen herkansing).

viii.  Deelnemer wacht op de puntentelling en krijgt van de hoofdscheidsrechter het teken dat hij van de mat af kan.

ix.     Deelnemer buigt naar de hoofdscheidsrechter (Osu!) en loopt achteruit de mat af.

 

Artikel 19, activiteiten georganiseerd door de KBK

De KBK organiseert minimaal de volgende activiteiten per kalenderjaar:

1.                  De jaarlijkse militaire kyokushin kampioenschappen.

2.                  Per kwartaal een Centrale Training op een kazerne.

3.                  Op aanvraag van sportgroep of eenheid: Clinics op kazernes d.z.v. de dojo in de regio.

 

Artikel 20, aansprakelijkheid van de participant

1.                  Ieder der participant is aansprakelijk voor de door hem, aan de eigendommen van de KBK, aangerichte schade. Elke geconstateerde schade wordt geacht veroor­zaakt te zijn door hem of hen die de betreffende zaak het laatst heeft of hebben gebruikt, indien en voor zover het tegendeel niet door de betrok­kene(n) wordt aange­toond.

2.                  Totdat de participanten gebruik kunnen maken van een collectieve aansprakelijkheidsverzekering/ regeling dienstongeval of een door de KBK afgesloten aansprakelijkheidsverzekering is de participatie nog op eigen risico.

3.                  In voorkomend geval dient er een document ondertekend te worden waarin deze aansprakelijkheid wordt vastgelegd.

4.                  Nieuwe regelingen worden op de website kenbaar gemaakt.

 

 

Artikel 21, representatie

Bij onderstaande gebeurtenissen worden namens de KBK, indien de secreta­ris hiervan tijdig kennis heeft kunnen nemen, door het bestuur te bepalen attenties verstrekt aan een geregistreerd participant. Dit zal gebeuren bij:

1.                  Huwelijk.

2.                  Geboorte zoon/dochter.

3.                  Tijdens ziekte, bij thuisverblijf na minimaal 2 weken ziekte­duur.

4.                  Tijdens ziekte, na een verblijf van een week in het zie­ken­huis.

5.                  Bij overlijden van een deelnemer, zijn/haar echtgeno(o)t(e) of kind.

6.                  Bij 25- of 50-jarig huwelijksjubileum.

7.                  Bij het 12 ˝, 25-, 40- of 50-jarige KBK-jubileum.

8.                  Militaire jubilea, uitreikingen onderscheidingen en bevorderingen.

9.                  Overige representaties en attenties te bepalen door het bestuur.

 

Artikel 22, website, persberichten en huisstijl

Nieuws en berichten zullen via de website en mailings rondgestuurd worden.

De inhoud en strekking van de opgenomen artikelen mogen het belang van de KBK  niet schaden. In de redactie zal een daartoe aange­we­zen bestuurs­lid plaats­nemen.  De perscommissie is verant­woorde­lijk voor het samenstel­len, verschijnen en verspreiden van persberichten en aanpassingen op de website.

De huisstijl is verplicht, zie vormgeving website, briefpapier en visitekaartjes.

Lettertype: Verdana. Lettergrootte: 9.

 

Artikel 23, sponsoring

Het bestuur kan richtlijnen opstellen voor het aangaan van sponsorcontracten.

 

Artikel 24, tradities en gebruiken

De KBK heeft de volgende tradities en gebruiken vastgelegd:

1.                  Budokai-oudste;

a.            Deze ere-titel wordt automatisch aangeboden aan de oudst, in levend zijnde, geregistreerde participant van de KBK met de hoogste kyokushin-graad. De militaire rang, krijgsmachtsdeel, status of bond is niet relevant.

b.            Aan deze titel zijn de rechten van ere-participant verbonden zoals omschreven in artikel 3.

2.                  Aanspreektitels, vormen en briefwisseling;

a.      Een KBK’er heeft een militaire rang en een kyokushin graad. Zowel de mondelinge en schriftelijke wijze van aanspreken gaat op de volgende wijze. Eerste de militaire rang gevolgd door de kyokushin graad. Bij correspondentie staat er een koppelteken (-) tussen, beide worden geschreven met een hoofdletter

Voorbeelden: Kapitein-Sensei, Majoor-Kohai, Korporaal-Kancho.

3.                  Militaire- vs. kyokushin gebruiken en regels

a.      Zowel de krijgsmacht als kyokushin heeft strakke regels, gebruiken en vormen. Welke men toepast is afhankelijk van welke rol men heeft. Als stelregel kan men de volgende aanwijzing hanteren. Is men in militair uniform dan bezigt men de militaire regels. Is men gekleed in GI dan hanteert men de kyokushinregels.

b.      Echter, wanneer men een dojo betreed of een hogere in kyokushin graad begroet hanteert men altijd de kyokushinregels.

c.       Zijn beide personen in militair uniform dan wordt er eerst militair gegroet gevolgd door de kyokushin groet. Hierbij maakt het niet uit wie hoger in militaire rang of kyokushin graad is. Deze wijze van groeten dient door beide gelijktijdig te gebeuren.

 

4.                  De Adjudant-Shihan Harry Couzijn Trofee

a.                  De Fighting Spirit-prijs van het jaarlijkse KBK-Kampioenschap is vernoemd naar Shihan Harry Couzijn en draagt de titel: De Adjudant-Shihan Harry Couzijn-trofee

b.                  Deze trofee wordt uitgereikt aan de meest veelbelovende deelnemer van het kampioenschap  die de meest gevechtsspirit laat zien. De toekenning wordt bepaald door de jury/scheidsrechtersploeg.

c.                   De trofee wordt uitgereikt door de nabestaanden van Shihan Harry Couzijn.

5.                  De Marinier-Kaicho Jon Bluming Trofee

a.      De Fastest Knock Out-prijs van het jaarlijkse KBK-Kampioenschap is vernoemd naar Marinier-Kaicho Jon Bluming en draagt de titel: De Marinier-Kaicho Jon Bluming Trofee.

b.      Deze trofee wordt uitgereikt aan diegene die de snelste knock-out veroorzaakt. De toekenning wordt bepaald door de tijdwaarnemer die de tijden noteert op de Shinpan formulieren.

c.       De trofee wordt uitgereikt door de Budokai-oudste.

6.                  Eregalerij op de website

d.            De KBK kan personen aanwijzen die worden vermeld op de eregalerij. Hierbij worden de biografie en de verdiensten ten aanzien van Kyokushin karate en de Krijgsmacht vermeld. Dit ter inspiratie van anderen.

 

 

Artikel 25, wijziging van het huishoudelijk reglement

1.                  Het huishoudelijk reglement kan slechts gewijzigd worden door een besluit van een bestuursvergadering, waartoe werd opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van het huishoudelijk reglement zal worden voorgesteld. De termijn voor oproeping tot een zodanige vergadering moet tenminste 14 dagen bedragen.

2.                  Tenminste 14 dagen voor de vergadering wordt gehouden, moet een afschrift van het voorstel, waarin de voorgedra­gen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage gelegd worden tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. 

3.                  Een besluit tot wijziging van het huishoudelijk reglement behoeft tenminste 2/3 van de uitgebrachte geldige stemmen, in een vergadering waarin tenmin­ste 2/3 van de leden aanwezig is. Indien dit quorum niet aanwezig is, wordt binnen 4 weken daarna een tweede vergadering bijeengeroe­pen en gehou­den waarin over dat voorstel, ongeacht het aantal aanwezige leden, een besluit tot wijziging van het huishoudelijk reglement wordt genomen, mits met meerderheid van 2/3 van de uitgebrachte geldige stemmen.

 

Artikel 26, slotbepalingen

1.                  Iedere participant en bevriende dojo heeft zich te houden aan de bepalingen van dit reglement.

2.                  Na vaststelling van het reglement wordt zo spoedig moge­lijk de tekst bekend gemaakt aan de participanten.

3.                  Dit huishoudelijk reglement en alle navolgende wijzigingen van dit regle­ment treden in werking 14 dagen na het ver­schij­nen op de website van de KBK.

 

Aldus vastgesteld in de bestuursvergadering van de KBK de dato 19 december 2010.

 

 

Namens het bestuur van de KBK.

 

 

De voorzitter:                                                             De secretaris:

Maj  J.W. Wouters BBA                                               Sld1(R) Drs. R.P. Sweys, MBA, MSc

 

 

 

 

 

 

Highlights

Zin in een uniek toernooi met klasse?

Neem deel aan het 3e KBK toernooi!

***

Share |

***

***

Gastenboek online

 klik hier

 

 

 ***

Aanmelden als nieuwe klant? Gebruik ambassadeurscode: C85